Het belang van social presence bij online samenwerkend leren

Karel Kreijns heeft op 31 januari jl zijn oratie ‘Online samenwerkend leren en social presence’ uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt hoogleraar Technology Enhanced Collaborative Learning aan de Open Universiteit. In deze bijdrage geef ik mijn samenvatting van zijn rede.

Tijdens het schrijven van mijn MLI-paper ‘Social learning in open online onderwijs’ (2014) heb ik me verdiept in het sociaal constructivisme en heb ik kennis gemaakt met de theorieën van Vygotsky. Sinds ik werk met digitale leeromgevingen en zeker sinds de komst van MOOCs ben ik geïnteresseerd in het thema (online) samenwerkend leren. Het samenwerkend leren binnen een  (open) online leeromgeving vergt andere vaardigheden dan leren in een traditionele klassikale leeromgeving. Vandaar dat deze rede mijn speciale aandacht had.

Karel Kreijnen legt eerst uit wat (online) samenwerkend leren is, om vervolgens het begrip social presence toe te lichten. Het oratieboekje (97 pagina’s) geeft veel achtergrondinformatie en verwijst daarbij naar interessante onderzoeken. Het bevat dan ook een uitgebreide literatuurlijst. Daarnaast is de video (40 minuten) te bekijken

Online samenwerkend leren

Binnen de sociaal-constructivistische visie op leren staat het samenwerkend leren centraal en wordt leren gezien als een sociaal proces. Het kunnen samenwerken en over vaardigheden beschikken als kritisch denken en problemen oplossen is in de huidige kenniseconomie essentieel. Dat betekent niet dat individueel leren er niet meer toe doet. Volgens Kirschner, Sweller, F. Kirschner, en Zambrano (2018) heeft samenwerkend leren alleen nut wanneer de complexiteit van de taak zo groot is dat deze niet meer door een individu alleen kan worden opgelost.

Kreijns licht het (online) samenwerkend leren toe aan de hand van het PIP-model (Participation, social Internaction, Performance) die de relaties tussen de begrippen van samenwerkend leren laat zien. Hij gaat in op hoe het groepsleren te structureren is en hoe de groepsdynamica is te reguleren en welke academische en sociale vaardigheden daarbij nodig zijn.

Figuur 12 uit oratieboekje (p. 41)

Vele onderzoekers benadrukken de rol van sociale interactie bij samenwerkend leren. Maar sociale interactie vindt niet plaats door studenten alleen maar bij elkaar te zetten. Enige didactische technieken toepassen is wel gewenst. Om tot samenwerkend leren te komen zijn volgens Johnson en Johnson (2018) vijf basiselementen van belang: (1) positieve wederzijdse afhankelijkheid, (2) individuele aanspreekbaarheid, (3) bevorderende interactie, (4) sociale vaardigheden, en (5) evaluatie van het groepsproces. Deze conceptuele benadering zijn ontwikkeld in een tijd dat computers en internet er nog niet waren. Voor online samenwerken zijn niet taakgebonden zaken als het elkaar kennen, vertrouwen, het gevoel met elkaar verbonden te zijn essentieel om te komen tot een leergemeenschap. Het begrip common ground wordt ook even kort benoemd. In mijn blog Common grounding: begrijpen en begrepen worden heb ik het belang beschreven van het elkaar begrijpen (spreken we dezelfde taal?) als je samen werkt in een groep. Het (online) samenwerken in groepen kan (zoals ik ook van mijn kinderen weet) aanleiding geven tot conflicten ontstaan uit motivatieproblemen, meelift- of lanterfantergedrag.

Social presence, social space, sociability

Het gebruik van digitale communicatie bij online samenwerken heeft invloed op de sociale interactie bij groepsleren en op de groepsdynamica. Daarom is het nodig om aandacht te schenken aan social presence betoogt Kreijns, omdat het impact heeft op de sociale interactie. Momenteel zijn er zoveel definities van en meetinstrumenten voor social presence dat de verwarring compleet is. Kreijns spreekt zelfs van een ‘social presence-crisis’ 🙂 . Uit de wirwar van al die opvattingen is Karel Kreijns gekomen tot de volgende definitie van social presence: “het psychologisch fenomeen waarbij anderen in de elektronische communicatie als levensechte personen worden waargenomen”. Social presence draagt niet alleen bij tot het wegnemen van de problemen maar verbetert ook de samenwerking. Bij social presence horen volgens Kreijns ook de begrippen social space (netwerk van interpersoonlijke relaties tussen de personen in de elektronische communicatie -ofwel de DLO-) en sociability (de capaciteit van een elektronisch communicatiemedium – ofwel DLO – om social presence te laten ontwikkelen en een social space te doen ontstaan). De relaties tussen de 3 begrippen is gevisualiseerd als een driehoek. Dit model is een van de vertrekpunten voor verder onderzoek.

Figuur 17 uit oratieboekje (p. 68)

Social presence in de digitale leeromgeving

Karel Kreijns vraagt tot slot aandacht voor de sociale aspecten in digitale leeromgeving van de OU.  Immers groepsdynamica, social presence, en social space zijn voor afstandsstudenten o zo belangrijk.

Veel digitale leeromgevingen bieden faciliteiten zoals discussiefora om studenten online te laten samenwerken. Maar dit benadert nog niet de face-to-face communicatie die de hoogste mate van social presence vertoont (Short, 1976). Kreijns heeft in zijn oratie vooral over tekst en weinig over het huidig gebruik van emoticons en videobellen dat toch steeds meer gebruikt wordt door studenten (ja ook volwassenen). Het klopt dat ook onze digitale leeromgeving (Moodle) nog erg tekst gebonden is als het gaat om online samenwerken. Het gebruik van Teams (Office365) biedt toch veel meer om te komen tot warme en collegiale leergemeenschappen. De timeline van Teams lijkt veel op Whatsapp dat toch steeds belangrijker wordt in onze interpersoonlijke relaties. Ook is Skype for business geïntegreerd waardoor videobellen ook gemakkelijker is. Ik hoop voor onze studenten dat een integratie tussen beide applicaties nabij is, zodat groepsleren echt gefaciliteerd wordt.

In mijn paper schreef ik dat in digitale leeromgevingen waar non-verbale communicatie ontbreekt, vertrouwen voor het bouwen en versterken van relaties cruciaal is. Volgens mij kan je dit als ontwerper van onderwijs sturen. Ik vind het Five Stage Model van Gilly Salmon hierbij erg helpend.

Het is misschien een kort door de bocht samenvatting van de vrij theoretische oratie. Ik ben toch meer praktisch ingesteld. Ik wens Karel Kreijns veel succes met zijn verder onderzoek, want belangrijk vind ik het zeker.

Uitgelichte afbeelding is een uitsnede van de omslag van het oratieboekje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.